KUNSTGESCHIEDENIS
Locatie: Cinema Walburg, Kerkstraat 28 Hamont-Achel
Inkom: cultuurpas of ter plekke een los ticket € 8
Een dwaaltocht door een aantal eeuwen kunst,
met Dr. Jan Vaes als begeleider
Donderdag 24 september 14.00 :
Cultuurgeschiedenis van Sicilië: het warmste broeinest van Europa
Op Sicilië bleef de eeuwenoude ziel van Italië goed bewaard.
Sicilië is het grootste eiland in de Middellandse Zee en wordt ook wel eens de brug
tussen Europa en Afrika genoemd. Pareltjes van het eiland zijn Taormina, Catania,
Syracuse maar ook het statige Palermo is meer dan een bezoek waard. Verder
vallen er Griekse tempels en theaters, Romeinse amfitheaters en villa's en zelfs
Normandische kerken met onvergetelijke mozaïeken te bewonderen. De Siciliaanse
barok is bovendien een uitbundig feest.
Hoe dat moois allemaal tot stand is gekomen, wordt in deze lezing haarfijn uit de
doeken gedaan. Alle grote culturen deden immers het eiland aan en lieten er unieke
sporen achter, een heus broeinest: Feniciërs, Grieken, Romeinen, Byzantijnen,
Arabieren, Normandiërs, Fransen, Spanjaarden …
Donderdag 22 oktober 14.00 uur
Michelangelo, de grootste aller tijden
Michelangelo (1475–1564) kende het geluk lang te leven. Daardoor evolueerde hij
van de hoog Renaissance naar het Maniërisme om zelfs bijna de Barok in te luiden.
Bovendien was hij een absolute vernieuwer in de beeldhouwkunst. Ofschoon hij
zichzelf niet zag als een schilder, wist hij de Sixtijnse kapel in twee fasen van een
totaal nieuwe visie op schilderkunst te voorzien. Zijn ignudi en zijn di sotto in giùtechniek
aldaar zullen eeuwenlang andere kunstenaars inspireren. Maar
Michelangelo muntte ook uit in de architectuur, waarin hij een hele reeks innovaties
lanceerde die opnieuw veel navolging kregen. Minder gekend is dat zijn Florentijnse
fortezza’s voortaan de vestingarchitectuur gingen bepalen.
Donderdag 12 november 14.00 uur
Miniaturen door de eeuwen heen: poort naar de hemel en venster op de
maatschappij
Manuscripten met miniaturen zijn altijd het voorrecht geweest van rijkere kringen.
Illustraties op papyrus werden vanaf de 4de eeuw gevolgd door afbeeldingen in
codices. Het vervaardigen van miniaturen eindigde met de uitvinding van de
boekdrukkunst.
In deze lezing wordt de evolutie geschetst van thematiek en stijl en wordt geruime
aandacht besteed aan het gebruik, de iconografie en de stilistiek van middeleeuwse
religieuze en burgerlijke miniaturen. Heel wat van deze afbeeldingen leveren ons een
venster op de toenmalige maatschappij.
Donderdag 10 december 14.00 uur
Classicisme: kunst door en voor de res publica
Classicisme (ca. 1750-1810) is een term die alvast twee stijlen dekt: zo werd Franse
Barok steevast Classicisme genoemd. In de tweede helft van de 18de eeuw deden de
belangstelling voor de Griekse en Romeinse Oudheid en de eerste succesvolle
opgravingen in Pompeï in Engeland een Greek Revival opbloeien. Heel snel zal
deze stijl Europa veroveren en ook de Britse kolonies aandoen. Het is ook de kunst
van de Franse Revolutie die zich graag spiegelde aan de Romeinse res publica:
zelfopoffering voor het vaderland en profane episodes uit de Oudheid zijn belangrijke
thema’s voor schilders en beeldhouwers. Religieuze kunst komt dan ook nauwelijks
voor.
Heel wat bouwwerken, beantwoordend aan nieuwe, publieke functies zagen het
levenslicht: scholen, stadhuizen, schouwburgen, musea en zelf de eerste stations
kregen een classicistisch kleed.
Donderdag 14 januari 14.00 uur
Victoriaanse moraal en de kunst
Queen Victoria regeerde Engeland en de Commonwealth van 1837 tot 1901. In deze
lange periode kende het British Empire heel wat stijlevoluties. Het Classicisme in
haar Palladiaanse versie en de Romantiek met figuren als Byron, Scott en Turner
bloeiden dood met de Wereldtentoonstelling van 1851 waar een nieuwe cultuur
doorbrak. Tegen het banale van deze industrieel gekleurde serieproducten rees snel
reactie: de Arts and Crafts-beweging zocht andere wegen. Daarnaast bleef de
Gothic Revival de kunst van het establishment.
Het Romeins Imperium en haar helden werden aanvankelijk als voorbeeld gesteld
voor het British Empire. In de tweede helft van de 19de eeuw werd het immorele van
de Romeinse samenleving als anti-voorbeeld gesteld tegenover de moraal van het
Victoriaanse empire. Alma Tadema en zijn navolgers waren dan ook zeer populaire
schilders in dit academisch genre.
De Pre-Raphaelites sluiten de eeuw af: ze zijn duidelijk verwant met het Symbolisme
en zelfs voorlopers van de Art Nouveau. Ze zijn de tegenhangers van de Duitse
Nazareners.
Donderdag 25 februari 14.00 uur
Symbolisme: kunst in de schaduw van de Verlichting
Symbolisten (ca. 1880-1910) zijn voor magie, zoeken een bewust mysterieus
kunstwerk te vervaardigen. Ze laten zich leiden door fantasie, spiritualiteit en intuïtie.
Ze reageren daarbij uitdrukkelijk op het al te rationele van een geïndustrialiseerde
maatschappij. Ze zijn tegen de gespecialiseerde, analytische benadering van de
wereld, tegen een weten dat verkaveld is door de wetenschap, tegen de Verlichting
en de ratio die de laatste schaduwhoeken van het universum willen belichten
Haar kunstenaars en dichters ontwikkelen daarom een grote interesse voor het
occulte, interesse voor het verborgene in de mens, het dierlijke, interesse voor het
mysterie, interesse voor verval, decadentie en ze geloven niet in vooruitgang.
Tegendraadse thematiek is hen niet vreemd: afwijkingen, ondeugden, seksualiteit en
driften zijn de nieuwe thema’s waarin logischerwijze de femme fatale veel aandacht
krijgt.
Donderdag 11 maart 14.00 uur
Dada, spiegel van het absurde en Surrealisme: spiegel van het
onbewuste
Het Dadaïsme ontstond in het neutrale Zwitserland in 1915 in een kring van
kunstenaars die uit de oorlogvoerende mogendheden waren uitgeweken. Zij
organiseerden met hun kunst een luide schreeuw tegen elke vorm van gezag en
geweld. Zij verzetten zich op revolutionaire, onconventionele en anarchistische wijze
tegen het recht van de sterkste, tegen gezag. Ze zijn onconventioneel en verwerpen
elke artistieke of morele regel, Umwertung aller Werten. Hun kunst wil zich dan ook
aan niets binden, wil shockeren, anarchistisch en ophefmakend zijn. Vele artistieke
media zijn geschikt: schilderkunst, beeldhouwkunst, muziek met heuse
‘lawaaiconcerten’, theater. Anti-kunst dus.
Het Surrealisme is uit het Dadaïsme ontstaan en is sterk theoretisch onderbouwd
geworden, vooral door de Franse letterkundige André Breton. Hij ontmoette in 1922
Sigmund Freud en werd door diens (vroege) zienswijzen sterk beïnvloed. Het
Surrealisme wil een psychisch automatisme uitbeelden, d.w.z. de werking van de
geest uitdrukken, zonder controle van het verstand (de Rede) en buiten elke
esthetiek of moraal om. Het is de kunst van het onderbewuste, bevrijd van de ratio.
Het beeldt de Freudiaanse droomassociaties uit.
Donderdag 29 april 14.00 uur
Pop Art, spiegel van de massacultuur
Pop Art ijverde om niet een werkelijkheid op het doek te schilderen, maar te
schilderen op de werkelijkheid. De eeuwenoude relatie werd dus omgekeerd. Tegelijk
is Pop Art een weerspiegeling van wat centraal stond vanaf ca. 1950: de
consumptiemaatschappij, de vluchtige massacultuur en de invloedrijke media. Ook
musea werden in vraag gesteld: bewaarplaats van wat? Van de werkelijkheid of van
kunst?
Vooral in de Angelsaksische wereld zal Popart reageren tegen de abstractie maar
ook tegen de consumptiemaatschappij die de emanatie is van de Amerikaanse
dominantie in de wereld. Het is de periode van de Koude Oorlog. Kunstenaars
verhouden zich dubbelzinnig tegenover de consumptiemaatschappij, zetten zich
eveneens af tegen abstractie en verheffen de zogenaamde lage cultuur tot hoge
cultuur. Vandaar dat elementen uit de film en strips in hun werk opdoken. Banale en
zelfs kitscherige voorwerpen vormen de inspiratie. Kunst is een consumptiemiddel,
zo willen deze artiesten aantonen, net als een blik cola of een stripverhaal.
Maak jouw eigen website met JouwWeb